Spannend!

De promotiecampagne is begonnen en vandaag ontving ik de proefdruk van mijn tweede roman.
Na veertien jaar schrijven – met lange stiltes en intense momenten – is hij er eindelijk.

Waarom begon ik aan dit verhaal?
Mijn zusje werd ziek. Op jonge leeftijd werd ze getroffen door kanker. Ik kon haar alleen moreel ondersteunen en helpen met haar dagelijkse taken.
Maar wat moest ik met mijn eigen gevoelens? Hoe kon ik positief blijven?
Schrijven werd mijn uitlaatklep.

Een foto als beginpunt
Alles begon met één foto: de kapel Notre Dame de la Nseke. Die ene plek bracht alles op gang. Ik wilde mijn emoties vormgeven, het onbegrijpelijke in mijn hoofd een plaats geven.
Ik schreef alles neer, kriskras door elkaar, tot ik het overzicht verloor. Er moest structuur komen. Wat wilde ik eigenlijk vertellen?
Nog een verhaal over kanker? Nee. Ik wilde een verhaal vol hoop, humor en avontuur.

De stem van Afrika
Geleidelijk groeide het idee om te schrijven vanuit een ander perspectief: dat van Afrikaanse gewoontes, tradities en geloof. Mijn rode draad was gevonden.
De werkelijkheid en het onmogelijke begonnen zich te verweven. Mijn jaren in Congo en mijn kennis van het land gaven het verhaal kleur en diepte.

Een verhaal dat mocht rijpen
Als ik nu terugkijk naar de eerste versie, zie ik hoeveel er veranderd is. Het verhaal heeft tijd nodig gehad om te rijpen – net als wijn. Soms moet je loslaten om iets nieuws te laten ontstaan.

Mijn onderzoek naar Congolese tradities en bijgeloof heeft me diep geraakt. De manier waarop men er omgaat met ziekte en hoop, heeft mijn blik voorgoed veranderd.

En zo groeide Echo’s van de Lualaba uit tot een bijzonder boek – één dat veel meer vertelt dan alleen mijn verhaal.